Eric Leltz  RSS feed    

Open deuren

Dinsdag 31 januari 2012


 

 

Het is weer actueel, de kou slaat toe en de winkeldeuren kunnen beter weer dicht. Het vriest, het sneeuwt en de verwarming draait op volle toeren. Toch houden in de winkelcentra vele winkeliers hun deuren nog steeds wagenwijd open. GroenLinks/Progressief Ede vroeg twee winters geleden al aan de ondernemersverenigingen om in gesprek te gaan met de winkeliers en afspraken te maken over het sluiten van de deuren.
Dichte deuren zijn een zegen voor het klimaat, het scheelt de winkelier en uiteindelijk de klant in de portemonnee omdat zij op energiekosten kunnen besparen en het winkelpersoneel staat niet langer op de tocht.
Het is wel van belang om hier in een winkelgebeid samen afspraken over te maken. De deuren worden wagenwijd open gezet omdat het er zogenaamd gastvrij uitziet en de winkeliers zo meer klanten denken te trekken. Veel ondernemers willen de deuren best dichthouden, maar dan moet de buurman het ook doen. Ze zijn bang anders klanten te verliezen. Met een afspraak dat iedereen de deur dicht doet en eventueel een bord “Open” op de deur plakt is het al opgelost.

Overigens ook in de zomer, als de airconditioning draait, is het verstandig om de deuren niet de hele dag open te laten staan. In New York krijgen winkeliers zelfs een boete als ze de deur openzetten terwijl de airconditioning aan staat.

Zie ook op Omroep Gelderland

      

Geen kernafval in Ede

Zaterdag 24 december 2011

eric leltz

In de raadsvergadering van december is een motie aangenomen waarin de gemeente Ede zich keert tegen het opslaan van kernafval in Ede. Dit ging niet zonder slag of stoot. Zo werd door de VVD het emotionele argument aangevoerd dat je dan ook mensen die afhankelijk zijn van radiofarmacie voor de bestrijding van kanker, niet meer kunt helpen. Onzin, want het gaat alleen om afval uit kerncentrales voor energieopwekking. De wethouder maakte het nog bonter door te stellen tegen de motie te zijn omdat hij het een uitvloeisel van de milieulobby vond. In de voorbijgaande weken had hij vele mails ontvangen via een website van een natuurorganisatie. Hij zag dit als spam, als lastig dus, en gebruikte dat als argument om tegen te zijn! De SGP spande echter de kroon door te stellen dat goed rentmeesterschap betekent dat je er voor zorgt dat de generaties na ons ook energie hebben en je er daarom voor moet zorgen dat er een tweede kerncentrale komt. Het mag gezien worden als de dwaling van het jaar. Alsof je met het opslaan van radioactief kernafval in de grond de generaties na ons niet opzadelt met een probleem.

Voor degenen die nog al badinerend deden over de motie omdat deze ver voor de zaken vooruit zou lopen breng ik toch even in herinnering dat de regering dit jaar 4 gebieden heeft aangewezen om kernafval op te slaan. En Ede ligt in een van die gebieden. Daarnaast loopt een discussie over het bouwen van een tweede kerncentrale. Een van de problemen waar de minister tegenaan loopt is dat hij het kernafval van die centrale niet kwijt kan. Om tegenstanders de wind uit de zeilen te nemen, is het vanuit het standpunt van de minister mooi als hij kan aangeven dat dit geen probleem is omdat hij immers voldoende plaatsen heeft waar het afval in de grond kan worden opgeborgen. Als alle gemeenten die in de aangewezen gebieden liggen een motie aannemen waar in staat dat de minister in die gemeente zijn kernafval niet kwijt kan, kan dat argument niet gebruikt worden voor een tweede kerncentrale. Dit niet willen zien is misschien naïef, dit wel willen zien getuigt in ieder geval van inzicht en pro-actief handelen.

En zij die de motie bestempelen als Nimby of zoals ik liever schrijf Nivea, "niet in voor en achtertuin", omdat we toch ergens heen moeten met het kernafval, accepteren veel te snel dat er een tweede kerncentrale moet komen. De beste manier om kernafval te voorkomen, is om geen kerncentrales te hebben. De natuur geeft ons al voldoende mogelijkheden om energie op te wekken. Met dank aan de zon, de wind en het water.

Kunnen we duurzaam bouwen?

Woensdag 02 november 2011

ericleltz

Afgelopen week heeft mijn fractie schriftelijke vragen gesteld over de bouw van duurzame woningen op het ENKA terrein. Of eigenlijk juist het ontbreken van duurzame bouw.

Bij het bezoek onlangs van de Commissaris van de Koningin aan Ede bleek dat de duurzaamheidambities bij de bouw op het ENKA terrein stevig naar beneden zijn bijgesteld. Zo stond het nog in het klimaatplan 2009-2012 van de gemeente:

Met de ontwikkelaars van het Enka-terrein en Provincie Gelderland zullen wij een zeer energiezuinige en klimaatbestendig ingerichte (deel)wijk van circa 150 woningen realiseren als proeftuin voor de transitie naar klimaatneutrale nieuwbouw. De locatie is aangemeld als nationaal experimenteergebied. Gezamenlijke kennisopbouw en kennisdeling met andere belanghebbenden bij nieuwbouw in Ede, met het oog op toepassing in andere projecten, is een belangrijke randvoorwaarde voor onze inzet in dit project

En in 2008 ondertekenden de provincie Gelderland en de gemeente Ede in het kader van het provinciaal klimaatplan nog een samenwerkingsovereenkomst om op het Enka-terrein een energiezuinige wijk te bouwen. Deze wijk zou minimaal 60% energiezuiniger moeten worden dan bestaande wijken.

Nu blijkt dat bij de realisatie van de deelplannen geen enkele invulling is gegeven aan deze doelstelling. We zijn wel nieuwsgierig naar de reden en hebben daarom de volgende vragen gesteld:

  1. Op welke wijze gaat de gemeente Ede haar doelstelling uit het klimaatplan voor het Enka-terrein realiseren?
  2. Wat doet de gemeente Ede om dit binnen de looptijd van het klimaatplan, namelijk 2009-2012, te realiseren?
  3. Wat gaat de gemeente Ede doen om gebruik te kunnen maken van de bijdrage van de provincie Gelderland voor het klimaatbestendige deel van het Enka-terrein?
  4. Welke keuzes maakt de gemeente Ede in de huidige krappe bouwmarkt waarin duurzaamheidseisen vaak als kostenverhogend worden gezien?  

Ruimte voor stadslandbouw

Maandag 15 augustus 2011

eric leltz

Een zelfpluktuin hier, een moestuin daar. Wat zou het mooi zijn als dat aanwezig was in Ede. Steeds meer gemeenten maken ruimte voor ‘stadslandbouw’. En ook in Ede is hier ruimte voor.

Stadslandbouw is de productie van groente en fruit in moestuinen, parken en achtertuintjes in en rond de stad voor consumptie door bewoners. Stadslandbouw kan bestaan uit bijvoorbeeld eetbaar groen in de stad, plukfruit in parken en bij scholen. Ook het aanleggen van tuinen op braakliggende grond en het in contact brengen van inwoners met boeren vallen er onder.  Almere, Culemborg, Eindhoven, Meppel en zelfs een dichtbevolkte stad als Amsterdam gingen Ede hierin al voor. En daar kunnen we van leren. In Almere wordt landbouw bedreven op gronden waar volgens de plannen uiteindelijk op gebouwd gaat worden, in Culemborg is de stadsboerderij Caetshage aangelegd, in Eindhoven zijn drie stadspoorten aangebracht als verbinding tussen platteland en stad, in Meppel is veel aandacht voor beleefboerderijen en in Amsterdam vinden onder de paraplu van "farming the city" veel initiatieven plaats.

In Ede kunnen we denken aan:

  • Pluktuinen met fruitbomen speciaal voor mensen die een abonnement nemen en zelf komen oogsten zoals bij de nieuwe Ronde in Wageningen,
  • Educatietuinen, eventueel in combinatie met speelveldjes, voor scholen,
    vrije zones met veel natuurlijke bessenstruiken voor iedereen om jam,  sap en wijn te maken,
  • Buiten de bebouwde kom laagdrempelige recreatieterreinen zoals langs de weg naar Otterlo,
  • Plaatsen aan de rand van het bos waar trapveldjes zijn. Een paar banken, tafels en een plek om te barbecueën is al voldoende,
  • Groenstroken bij woningen in beheer geven van omwonenden.

Hiermee bereik je dat:

  • Inwoners meer betrokken worden bij het groenonderhoud,
  • Braakliggende terreinen, waar de plannen vanwege de crisis stil liggen, een tijdelijke groene bestemming krijgen,
  • Inwoners dichter bij de oorsprong van voedsel komen,
  • Er een verbinding wordt gelegd tussen stad en platteland.

Het zorgt bovendien voor gezelligheid en sociale contacten en het is een middel om de opwarming in steden door klimaatverandering te verminderen.

De gemeente Ede hoeft dit niet alleen te doen. Natuurlijke partners kan zij vinden in:

  • Vereniging van volkstuinders
  • Groenhorst College
  • Stichting milieu werkgroepen Ede
  • Permar

Iets waar zeker ook kansen liggen is samenwerking met de allochtone verenigingen. Allochtonen zijn nu al goed vertegenwoordigd als volkstuin bezitter. Er kan ook gewerkt worden met medewerkers van Permar voor bijvoorbeeld het groot onderhoud en er kunnen stageplekken voor bijvoorbeeld het Groenhorst college worden gecreëerd. Op deze wijze kan het “low-budget” worden gehouden.

Kortom een pleidooi om stadslandbouw een plaats te geven in het groenbeleid van de gemeente Ede.

Geplaatst in duurzaamheid | Er is 1 reactie

Archief



Rubrieken