Eric Leltz  RSS feed    

Vaccinatie

Donderdag 24 december 2020

Eric Leltz
Het vaccin tegen het coronavirus kan voor het kabinet Rutte niet snel genoeg komen. De afgelopen maanden stond zij bij vragen vaak met een mond vol tanden en kon alleen maar wijzen naar de komst van het vaccin. Ondertussen werd steeds meer zichtbaar dat dit kabinet totaal geen grip heeft op de situatie. Het had altijd al de handen vol aan het hier en nu, door de corona pandemie wordt deze onmacht nog eens extra uitvergroot.
Daarnaast is pro-activiteit niet haar sterkste kant. Kijk bijvoorbeeld naar de aanpak bij het aanschaffen van mondkapjes, het massale testen of het bron- en contactonderzoek. Ze lopen steeds achter de feiten aan. Dus wekt het allang geen verbazing dat het vaccin er bijna is maar de organisatie om grootschalig te gaan inenten nog niet rond is. Zo is het IT-systeem niet klaar, is er een tekort aan personeel en moeten nog locaties worden gezocht. 

Natuurlijk valt de organisatie van het vaccinatieprogramma in de eerste plaats onder de regering maar gemeentes hebben er wel last van als dit niet goed wordt gedaan en zijn er bij gebaat dat zoveel mogelijk inwoners zich laten vaccineren. Ook omdat het kabinet onze toekomst in handen legt van wetenschappers en dan wordt, zeker als de druk zoals in een pandemie hoog is, de menselijke maat nog wel eens vergeten. Zo spreekt het kabinet steeds over maatregelen maar nauwelijks over perspectief. Daarom sluipt angst binnen, ontstaat ‘mentale moeheid’ en leidt dit tot eenzaamheid. Alle reden voor gemeentes om de vinger aan de pols te houden. Het gaat immers wel over haar inwoners. Dus gemeentes, wees wél pro-actief en stroop de mouwen op. 

Ga bij vaccinatie uit van een ‘normaal verdeling’:

  • 10% van de inwoners staat te dringen voor een prik, 
  • 10% moet er niets van hebben en van 
  • 80% is de mening nog te beïnvloeden. 

Deze laatste groep is ook weer onder te verdelen in 

  • 20% die neigen naar wel vaccineren, 
  • 20% die juist neigen naar niet vaccineren en 
  • 40% die het nog niet echt weet en waarvan de mening nog zeer te beïnvloeden is

Ga vervolgens aan de hand van de beïnvloedingstheorie van Cialdini aan de slag. Zoek uit die 10% welwillenden een paar ambassadeurs. Dat kunnen bekende stadsbewoners zijn maar ook inwoners die een specifieke rol spelen in de buurt. Zij zijn de rolmodellen die de volgende 20% door middel van sociale bewijskracht inspireren om zich ook te laten vaccineren. Laat reeds gevaccineerde inwoners dit kenbaar maken aan hun omgeving door bijvoorbeeld een kaartje met de slogan ‘doe je ook mee?’ mee te geven. Dit kaartje kan met een persoonlijke noot erbij aan anderen worden gegeven. Publiceer daarnaast regelmatig het aantal inwoners dat zich heeft laten vaccineren onder het kopje ‘zoveel mensen gingen u al voor’.
De volgende 40% heeft oprecht vragen. Zij zullen door voorlichting en door familie, vrienden en buren hun mening vormen. Bij deze groep heeft geduldig informeren dus zin. Dit kan zowel via de gemeente als via hun omgeving. Voorzie die omgeving dus ook van informatie. Communiceer open en transparant ook over de onzekerheden van het vaccin. Benadruk de urgentie door beelden uit een naburig ziekenhuis te publiceren en vlogs van verpleegkundigen een podium te geven. Geef als gemeentebestuur zelf het goede voorbeeld en laat je vaccineren. Ook de gemeenteraad en zoveel mogelijk ambtenaren doen natuurlijk mee.

We zitten midden in een van de grootste crisissen. Het is dan ook een relevante opgave om er voor te zorgen dat zo veel mogelijk mensen zich laten vaccineren. Ook voor een gemeente die hier in directe zin eigenlijk helemaal niet over gaat. En die 10% die niets van het vaccin wil weten? Die geeft u gewoon geen aandacht.

Decentralisaties mislukt? We nemen gewoon te weinig tijd!

Zaterdag 05 december 2020

Eric Leltz
Het Sociaal Cultureel Planbureau kwam onlangs met het onderzoeksrapport ‘Sociaal domein op koers?’ over de 5 jaar geleden ingezette decentralisaties. Uit het rapport blijkt dat ‘het sociaal domein’ behoorlijk uit koers is geraakt. De gewenste koers is een product van de leemlaag van Haagse ambtenaren die fraaie structuren bedenken die perfect werken........ in hun wereldje van papier. Eenmaal in de dagelijkse praktijk, de weerbarstige leefwereld, is die structuur een blok aan het been. Dan blijkt de burger minder zelfredzaam en de samenleving minder zorgzaam dan bedacht achter de bureaus in de ambtelijke systeemwereld. Het is ook naïef en getuigt van zelfoverschatting om te denken dat mensen meer naar elkaar zullen omkijken ‘omdat Den Haag dat wil’. 

Er gaat veel mis in het sociaal domein blijkt uit het SCP-rapport. Zo is de deelname van mensen met een beperking aan de samenleving niet toegenomen, zijn er nog steeds knelpunten in de jeugdzorg en zitten mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, die voorheen actief waren in beschutte sociale werkplaatsen, zich thuis te vervelen. Daarnaast zitten ze bij bedrijven waar de werkdruk hoog is en waar het om efficiency draait, helemaal niet te wachten op mensen die meer aandacht nodig hebben en dus het werkproces vertragen. Hierdoor worden de ‘targets’ al helemaal niet meer gehaald. Ook gaat alle aandacht uit naar mensen met eenvoudige vragen omdat daar nog enige eer valt te behalen. De wat moeilijkere ‘casussen’, zoals dat in de systeemwereld heet, hebben het nakijken.

In die systeemwereld draait het om structuurverandering, maar in de leefwereld komt daar nog gedragsverandering en cultuurverandering bij. En dat zijn nu juist twee van de meest lastigste veranderingen. Hier is een lange adem voor nodig. Er wordt dan ook veel te snel geconcludeerd dat de decentralisatie is mislukt. Het ontbreekt aan geduld. Er wordt geen tijd genomen om de verandering deel te laten worden van de structuur en cultuur van de leefwereld. Voordat de verandering kan beklijven, wordt alweer aan iets nieuws gedacht. Als je als overheid echt sneller resultaat wenst, kom dan niet met dubbele opdrachten. In de opdracht aan gemeenten zat nu ook een bezuiningsopgave. Er moest meer worden gedaan met minder geld. De opmerking uit het rapport dat ‘de gemeenten geen betere resultaten behalen dan de overheid’ is dan ook uiterst curieus. Dat is onvergelijkbaar. Het is alsof iemand op huizenjacht wordt gestuurd met het spaarpotje van een kind en er vervolgens wordt geklaagd dat er geen fatsoenlijk huis is gekocht.

Toch is het idee achter de decentralisaties helemaal niet zo gek. De zorg kan het best worden uitgevoerd dichtbij de mensen om wie het gaat. Daar is verstand van zaken, kan goed worden aangegeven wat nodig is en kan, in de directe interactie, maatwerk worden geleverd. Een regierol voor gemeentes is dan ook goed te verdedigen. Maar neem dat als overheid dan ook serieus door te investeren in plaats van te bezuinigen. En geef vertrouwen waardoor de bureaucratische last niet alleen kan worden verminderd maar de regelgeving ook een stuk eenvoudiger kan zijn.

Zet even door overheid maar investeer en vertrouw. Daarmee komen de decentralisaties weer op koers. Er is echter wel enige haast bij want door de Corona crisis zal de zorgvraag alleen maar toenemen.

Burgerinitiatieven laten slagen

Donderdag 05 november 2020

Eric Leltz
Uit het onlangs verschenen rapport ‘Burgers op de bres’ van de Rotterdamse Rekenkamer blijkt dat veel burgerinitiatieven veelbelovend starten maar dat er ergens onderweg toch iets mis gaat. Het lijkt zo mooi, optimaal profiterend van ‘the wisdom of the crowd’, wordt door de gemeente kennis ontsloten en worden burgers meegenomen in het vormgeven van hun gemeente. Dit wordt door de overheid ook opgeroepen door het gebruik van termen als ‘actief burgerschap’, ‘doe-democratie’ en ‘participatie maatschappij’. 

Diploma-inspraak 

Hoe mooi ook op papier, de praktijk blijkt dus wat weerbarstiger. Volgens het rapport ‘Samenwerking en burgerparticipatie beproefd’ uit 2017 van Movisie gaat het bij de start al fout. Initiatiefnemers van burgerinitiatieven zijn vaak blank en hoog opgeleid. Zo ontstaat ongemerkt als het ware een ‘diploma-inspraak’ waarbij er een sociale scheidslijn is tussen zij die meedoen en zij die, al of niet ongewild, aan de kant staan. 

Daarnaast is de verkokerde interne organisatie van gemeentes onvoldoende afgestemd op burgerinitiatieven. Voor een gemeente die opereert in een strakke systeemwereld van wettelijk regelgeving en beleidskaders moeten de ideeën van de burgers al snel passen in de reeds opgetuigde plannen. Een voorbeeld is ‘s-Hertogenbosch waar inwoners mogen meepraten over toekomstperspectieven maar vooraf al wel 4 richtingen worden ingekaderd. Het lef om vanuit een ‘tabula rasa’ te starten ontbreekt. Maar hierdoor mis je wel een kans op wat anders dan ‘the usual suspects’. 

Naast dit structuuraspect is er ook een cultuuraspect. De ambtenaren waar initiatiefnemers in eerste instantie mee te maken krijgen zijn vaak welwillend maar verderop in de organisatie duiken de blokkades op en blijkt de bereidheid om de regels losjes te hanteren beperkt. Hier botst het vertrouwen van de ambtenaar in de statische systeemwereld met de vloeibare leefwereld van de burger, die juist graag vrije ruimte en flexibiliteit wenst. Dit werkt sterk vertragend en is moordend voor het enthousiasme van de initiatiefnemers.

Hoe kan het beter

Om burgerinitiatieven te doen slagen zal hier echt anders tegen aan gekeken moeten worden. Het is onvoldoende om de bestaande processen te optimaliseren zoals de Rotterdamse Rekenkamer voorstelt. Dat is niet meer dan een noodverband. Wat echt helpt zit dieper en raakt de structuur en de cultuur van de gemeentelijke organisatie. In feite gaat het om een verschuiving van publiek-private samenwerking naar publiek-collectieve samenwerking. Dat vraagt een andere benadering dan die de gemeente nu gewend is.

Zie burgerinitiatieven als projecten die dwars door de organisatie heen gaan en zie de deelnemers als partners in de publieke zaak. Besef dat de bij burgerinitiatieven betrokken inwoners iets activistisch en ondernemends in zich hebben en voorkom bij de start van het project al ondervertegenwoordiging van bepaalde groepen. Stem hier dan ook de steun op af. En niet alleen in de ‘forming-fase’ waar het enthousiasme vaak nog van de initiatiefnemers afdruipt maar juist ook in de moeilijke ‘stormingfase’ waar deelnemers snel afhaken omdat het tegenzit, het allemaal minder snel gaat dan verwacht of door een eigen gebrek aan doorzettingsvermogen. Deze ‘stormingfase’ is wel nodig om uiteindelijk de ‘performingfase’ te bereiken. 

Voor de gemeentelijke organisatie betekent dit:

  • Het lef om het bestaande systeem open te breken,
  • Ruimte geven, loslaten en niet teveel willen regisseren,
  • Accepteren dat de uitkomst anders kan zijn dan wanneer je het zelf doet, 
  • Denken in mogelijkheden in plaats van in regels, 
  • Accepteren van andere visies als kracht en
  • Een proactieve houding in plaats van reactief. 

Ook voor de deelnemers aan burgerinitiatieven ligt er een opdracht: 

  • Leer omgaan met tegenslag, 
  • Leer omgaan met tegenstellingen, 
  • Vergeet de achterban niet mee te nemen en 
  • Maak het allemaal niet te groot.

Geluk 

In de kern draait het om autonomie, door deelnemers zoveel mogelijk zelf te laten beslissen, erkend worden, door deelnemers te zien als bron van maatschappelijke meerwaarde en herkend worden, door te zorgen van een warme en veilige omgeving waar je geaccepteerd wordt. Laat dat nu net de drie bouwstenen zijn voor menselijk geluk.

De raad verliest legitimatie, en dat is helemaal niet erg

Donderdag 08 oktober 2020

Eric Leltz

Waren het eerst regionale samenwerkingsverbanden die menig gemeenteraad grip op de eigen keuzes deed verliezen, afgelopen week kwam het Rathenau-instituut met een rapport waaruit blijkt dat de raad ook bij de digitalisering van de maatschappij vaak het nakijken heeft.

Digitalisering

Digitale technologie grijpt steeds meer om zich heen in de samenleving. Niet in de laatste plaats omdat er stilaan een generatie aan het roer komt die is opgegroeid met digitale middelen. Ook gemeenten maken in hun bedrijfsvoering en in de communicatie met de inwoners steeds vaker gebruik van digitale technologie.

Het Rathenau Instituut constateert in haar recente rapport ‘Raad weten met digitalisering’ dat de maatschappelijke, ethische en sociale gevolgen van de steeds meer om zich heen grijpende digitalisering niet of nauwelijks wordt besproken in de gemeenteraad. Toch het orgaan bij uitstek om de vinger aan de pols te houden. Hier zijn volgens het rapport drie redenen voor:

  1. Raadsleden denken te weinig kennis te hebben om met digitalisering aan de slag te kunnen,
  2. Raadsleden zien digitale technologie slechts als een instrument en doorzien daardoor de brede impact van digitalisering onvoldoende,
  3. Raadsleden zien digitalisering als een uitvoeringskwestie en daarmee voelt het alsof ze er geen verantwoordelijkheid over hoeven te hebben.

Dit vraagt aandacht want de effecten van het gebruik van digitalisering in de openbare ruimte zijn groot. Als voorbeeld noemt het Rathenau instituut slimme lantaarnpalen die ook toezicht houden op de veiligheid in buurten en de mogelijkheid bieden om elektrische auto’s en fietsen op te laden. Wat betekent dit dan voor de vrijheid van burgers? En voor hun anonimiteit? Antwoorden op deze vragen zijn relevant voor het draagvlak onder de inwoners. Maar omdat gemeenteraden zich dus nauwelijks over digitalisering uitspreken, ontbreekt het aan democratische legitimatie van de beslissingen die worden genomen.

Burgerraden

Maar is dit wel zo erg? Is dit wellicht een teken dat het systeem met gemeenteraden aan het einde van haar levenscyclus is? Is de kennis die in de gemeenteraad ontbreekt niet rijkelijk aanwezig onder de inwoners? De Corona crisis geeft ruimte tot bezinning en biedt een uitgelezen kans om te veranderen en om een nieuwe verbondenheid tussen bestuur en inwoners te formuleren. Bij deze nieuwe verbondenheid gaat het niet alleen om solidariteit maar ook om rechtvaardigheid en duurzaamheid. Initiatieven als Extinction Rebellion en #BeterNaCoronaNL laten zien dat dit leeft in de samenleving. 

Bij deze nieuwe benadering passen burgerraden als democratisch instrument beter dan gemeenteraden. Bij burgerraden kunnen inwoners niet alleen een keer in de vier jaar een vakje rood kleuren, maar krijgen ze ook de kans om mee te praten. In burgerraden voeren burgers zelf gesprekken met elkaar over hoe ze bijvoorbeeld hun wijk of dorp kunnen verduurzamen. En zij kunnen zich door diverse experts laten voorlichten. Uitgangspunt voor dergelijk burgerberaad is enerzijds dat er veel meer is dat mensen verbindt dan dat hen scheidt en anderzijds dat onder inwoners veel kennis, creativiteit en solidariteit leeft dat beter in een burgerraad tot zijn recht komt dan alleen via het stemhokje.

Hier en daar wordt al geëxperimenteerd met burgerraden. Maar welke gemeente durft ook door te pakken?

Een generatie van kanslozen voorkomen

Vrijdag 28 augustus 2020

Eric Leltz

Afgelopen week waren er rellen in Utrecht en Den Haag. De openbare ruimte was het podium voor intimidatie, vernielingen en geweldpleging. De spanning liep zo hoog op dat premier Rutte in niet mis te verstane woorden en op ondiplomatieke wijze uit zijn slof schoot en het had over ‘zinloos en onacceptabel gedrag van losgeslagen tuig’.

Wat is er aan de hand?

Het is veel te gemakkelijk om de rellen te bagatelliseren door te stellen dat dit ‘van alle tijden is’. Ook past het niet om de rellen af te schuiven op verveling of het ontbreken van structuur. De rellen zijn eerder de prijs die wordt betaald voor jarenlange rijksbezuinigingen op publieke voorzieningen. Nu wordt de rekening ongevraagd en ongegeneerd op het bordje van gemeenten gelegd. 

Social media

De drempel om te mobiliseren en mee te doen met de rellen is door social media erg laag en de filmpjes die worden gepost zijn als trofeeën binnen een groep. Het doet je in aanzien stijgen in een omgeving waar elkaar overtreffen de norm is. Hierdoor viert het groepsdenken hoogtij waardoor er weinig sociale controle is van buiten de groep. Social media zorgen voor verbinding binnen de groep maar voor verwijdering tussen groepen. Door dit ‘wij en zij denken’ is er minder oog voor iemand buiten de groep en is er geen respect voor wie iemand echt is en wat iemand echt weet. Hierdoor devalueert het aanzien van autoriteit en de waardering voor expertise. In deze sfeer wordt de lijn tussen feit en fictie en tussen kennis en onwetendheid, heel snel heel erg dun en ligt populisme op de loer. 

Lockdown 

Natuurlijk, ook de coronacrisis speelt een rol. De lock-down sloot ons op. Toen de teugels werden losgelaten voelde dit als een bevrijding. Maar toen diezelfde teugels weer werden aangehaald, was het alsof iets werd afgepakt. Dat maakt boos. En dan zijn er ook nog de niet altijd gemakkelijk uitlegbare regels die alle ruimte laten om je juist niet aan die regels te houden. 

Hoe verder?

Het evenwicht tussen ‘mij’ en de ‘ander’ moet worden hersteld. Dit is een zoektocht naar gezamenlijke vrijheid. Vrijheid zit in de beperking van je eigen verlangen en driften. Het draait om kunnen beheersen om de ander ook ruimte te geven. Dit merk je natuurlijk het eerst in je eigen leefomgeving. Daarom ligt hier een opgave voor gemeenten.

Eerste orde

Je kunt direct beginnen met ‘eerste orde oplossingen’. Het gaat dan om interventies als een verbod op sterke drank, extra agenten in de wijk, preventief fouilleren, herwaardering van de contactpersonen in de wijk zoals de wijkagent of de buurtwerker, werken met rolmodellen, het organiseren van culturele activiteiten en het creëren van ontmoetingsplekken. Hiernaast moet worden geïnvesteerd in het krijgen van inzicht in het online leven van jongeren.

Tweede orde

Maar daarmee worden de diepere oorzaken niet weggenomen. Daarvoor zijn ‘tweede orde oplossingen’ nodig. Dat zijn oplossingen waarvan het langer duurt voor de effecten zichtbaar zijn zoals investeren in publieke voorzieningen. Onderwijs bijvoorbeeld zorgt voor emancipatie en vergroot de sociale mobiliteit. Laat iedere leerling vooral groot dromen maar maak ook duidelijk dat wat je vandaag wil niet morgen al bereikt is. Breng realiteitszin, taalbeheersing en mediawijsheid bij. Leer hoe je jezelf kunt vermaken zodat je spoedig vergeet hoe het woord ‘vervelen’ wordt geschreven en laat sport een integraal onderdeel van het onderwijs zijn. Hiermee leer je samenwerken, agressie beheersen en het zorgt voor discipline en geduld. 

Toekomst

Veel minderjarigen die meedoen aan de rellen riskeren een strafblad. Dit blokkeert op termijn voor hen de toegang naar bepaalde functies en is een ticket voor de glijbaan naar criminaliteit. Dit is daarom niet alleen een huidig probleem maar ook een toekomstig probleem. Het loont voor de (lokale) overheid om hierin te investeren want als dit niet wordt aangepakt, ontstaat een generatie van kanslozen.

Archief



Rubrieken