Eric Leltz  RSS feed    

Zomer TV

Woensdag 22 augustus 2018

Eric Leltz

Deze zomer heb ik af en toe een wedstrijd gezien van het WK-voetbal maar het enige team dat mij is bijgebleven is dat van de Thaise voetballertjes. En die deden niet eens mee aan het WK. Samen met hun coach zaten ze opgesloten in een grot. Wat was het spannend en wat waren ze voorbeeldig, en netjes, en geduldig. En dan kregen we een week na hun bevrijding ook nog een update over hoe het nu met hun ging. En er lagen zelfs plannen om er een film van te maken. Ik moet er niet aan denken. Wat een overexposure. Het leek soms wel allemaal in scène gezet. Dan is het vast om interne Thaise problemen te verhullen.

Als het over in scene zetten gaat, kunnen ze in Thailand nog wat opsteken van de fractie Denk in de tweede kamer. Die verzonnen wat quotes van Wilders om zich hier tegen te kunnen afzetten. Daarmee kreeg hun fractie tenminste wat profiel. Maar de altijd publiciteitsbewuste heren van Denk gaven even niet thuis toen het TV-programma ‘Laat op 1’ hen om uitleg vroeg. Het programma moest het doen met een quote van hun huisadvocaat. Zoiets verzin je niet, zoiets denk je alleen.

In dat ‘Laat op 1’ laat presentatrice Nadia Moussaid trouwens zien hoe je moet invallen: klaar staan op het moment dat je nodig bent. Ook al is dat een week eerder dan afgesproken omdat de weeën van Eva Jinek zich eerder aankondigde dan verwacht. En als je invalt, zorg er dan voor dat jouw voorganger snel wordt vergeten. De wat egocentrische, kinderlijke en soms ook wat pinnige manier van presenteren van Jinek, is vervangen door ontspanning waarbij wordt doorgevraagd en ook anderen aan tafel de ruimte krijgen om mee te doen aan het gesprek. Een verademing. Dat Jinek nog maar lang zwanger mag zijn.

In het programma zat ook de minister van Infrastructuur en Waterstaat, Cora van Nieuwenhuizen. Ze had het over de ingestorte brug in Genua. ‘Kan dit ook hier gebeuren’ was de vraag. ‘Nee’, antwoordde de minister vol verve. Letterlijk ijzersterk want die brug kan alleen instorten in Genua. Figuurlijk zwak, want natuurlijk kan dit hier ook gebeuren. Wellicht gevoed door chauvinisme gaat de minister er maar vanuit dat een brug hier niet kan instorten omdat we in Nederland iets meer controles uitvoeren op infrastructurele werken. Ze had beter kunnen zeggen dat de kans hier kleiner is.

Naast de minister zat Maarten van der Weijden. Van iedere vraag maakt Maarten een lange afstand zwemtocht. Nu had hij het plan opgevat om de Elfstedentocht te zwemmen! Om geld op te halen voor kankeronderzoek. Fantastisch zo’n ambassadeur en wat een kerel. Geweldig hoe hij zijn kwaliteit inzet voor het goede doel. Dat het ook anders kan zagen we bij Zomergasten. Daar zat Louis van Gaal. Louis wist de vele kwaliteiten van Louis in te zetten ten behoeve van Louis. Onbeschaamd liet Louis fragmenten zien over Louis om daarmee te laten zien hoe geweldig Louis wel niet is. Het was bijzondere zomer TV, dat wel.

Geplaatst in blog | Er zijn geen reacties

Bestuurders

Maandag 16 juli 2018

Eric Leltz

Eerstekamerlid Postema stopt als voorzitter van de PvdA-fractie. De druk werd te groot na een per ongeluk breed verspreid WhatsApp-bericht van partijprominent Lilianne Ploumen. Postema is naast politicus ook voorzitter van de raad van bestuur van de stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs, de koepel waar het VMBO Maastricht onder valt. En daar zit de pijn. Op deze school is zoveel mis met de schoolexamens dat alle 354 eindexamen leerlingen alsnog geen diploma krijgen. Dit kregen ze te horen nadat ze door de school al waren gefeliciteerd en ze al menig examenfeestje achter de rug hadden. Goed dat Postema zijn verantwoordelijkheid neemt. Maar waarom dan niet opstappen als schoolbestuurder? Nu voelt het toch een beetje alsof je je arm hebt gebroken en je vervolgens je been in het gips laat zetten. Het is wellicht weer zo’n slinkse regentenstreek. Want stoppen als fractievoorzitter is niet hetzelfde als uit de Eerste Kamer stappen. Het is dus eigenlijk een afleidingsmanoeuvre om op het pluche te kunnen blijven zitten en de bruto jaarvergoeding van €29.800 voor die ene dag in de week dat hij in de Eerste Kamer wordt verwacht, te kunnen behouden. En dat naast de €178.999 voor zijn bestuursfunctie in Maastricht. Met dat rare bedrag zat meneer net €1 onder de Balkenende-norm. Wat een berekenend gedrag. Het is het soort gedrag waarbij je je net aan de regels houdt maar je verder niets aantrekt van de publieke opinie.

Nee, dan Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie. Die stopt niet zo snel. Zelfs als hij rugpijn heeft zorgt hij dat hij bij de NAVO-top in Brussel is. Het was hartverscheurend om te zien en je kon als je heel dicht bij het televisiescherm kwam zijn pijnscheuten voelen. En al dat medeleven om hem heen. Op een paar narrige Europese leiders na dan, die net deden of ze niets zagen. Maar niet Mark Rutte. Die was er als de kippen bij om Juncker als de beste wijkzuster te ondersteunen. Misschien roken die doorlopers wel dat Juncker straal bezopen was en gaven ze hem de ruimte om in zijn eigen val te lopen. Nou ja lopen, het was meer waggelen. Het drank- en rookprobleem van Juncker is een publiek geheim. Je zou zeggen dat hem dat kwetsbaar maakt. Maar het tegendeel is waar, want verbreek je de omerta dan kun je een topfunctie binnen de Europese hiërarchie wel vergeten. Daar kan voormalig eurogroep voorzitter Jeroen Dijsselbloem over meepraten. Of Rutte was dus heel voorkomend en toonde zijn empatisch vermogen, of hij is een vazal die zijn Europese baas ten koste van alles wil behoeden voor een afgang. Dan is hij dus eigenlijk een slijmbal, wellicht op zoek naar een baantje. Zoals hij dat zelf dacht te regelen voor Halbe Zijlstra bij de Wereldbank. Maar deze week zette de keurige diplomaat Davidse een streep door dat plan. Ex-minister Zijlstra vertrekt dan maar naar het bedrijfsleven. Ongetwijfeld voor eventjes. Daarna duikt hij, zodra de herinnering aan zijn bezoek aan de datsja van Poetin is vervaagd, weer ergens op in een politieke rol. Zeer waarschijnlijk als lid van de Eerste Kamer en wellicht als fractievoorzitter.

Liefde

Woensdag 13 juni 2018

Eric Leltz

Ware liefde verschijnt op onverwachte momenten maar wel vaak op verwachte plaatsen. Het werk is een erkend podium voor de liefde. Het schijnt dat 1 op de 4 werknemers wel eens een relatie met iemand van het werk heeft gehad. En als liefde op het werk uitgroeit tot een ‘ongemakkelijke waarheid’, zorgt het ook voor slachtoffers.

In mei werd een Rotterdamse hoofdofficier van justitie op non-actief gesteld (of in procureurs-generaal taal ‘met buitengewoon verlof gestuurd’) vanwege een verzwegen relatie met een andere hoofdofficier. En in die systeemwereld van juridische regelgeving gaat het er kennelijk toch al losjes aan toe, want diezelfde hoofdofficier had eerder een relatie met weer een andere hoofdofficier. En afgelopen week moesten de voorzitter van GroenLinks en een partijgenoot (en tweede Kamerlid) het veld ruimen. Ze hadden een liefdesrelatie verzwegen terwijl ze in een gezagsverhouding met elkaar stonden. ‘Love is a battlefield’ wist Pat Benatar al in de jaren 80.

Liefde verzwijgen kan dus zorgen voor ongemakkelijke taferelen. Dan maar alles open gooien en zo transparant zijn als het water van een bergbeek? Daarvoor kunnen we bij de Amsterdamse ex-wethouder Rob Oudkerk in de leer. Lang bleef zijn liefde voor het ambt van burgemeester van die stad stil. Maar toen de vacature opnieuw werd opengesteld, kon hij zijn ‘innerlijke stem’ niet meer negeren en moest hij wel solliciteren. En dat doet hij in alle openheid, hij toont (persoonlijke) kwetsbaarheid en gaat diep door het stof over zijn eerder gemaakte fouten. Hij schaamt zich daar nu voor en is bang voor afwijzing maar de liefde voor de stad is groter. Lovenswaardig, het roept discussie op en er wordt over hem gesproken. Dat heeft hij voor elkaar. Maar plaveit zijn openheid de weg naar het stadhuis of graaft hij juist zijn eigen graf en is hij nu bij voorbaat al kansloos?

Geplaatst in blog | Er zijn geen reacties

Democratische vorming

Zaterdag 05 mei 2018

Eric Leltz

Niet zo lang geleden was ik als adviseur betrokken bij het voornemen om een fietspad af te sluiten. Nou ja afsluiten, het ging er eigenlijk om dat halverwege het pad een paaltje werd geplaatst waardoor geen auto’s meer van noord naar zuid en andersom konden rijden. Het fietspad werd namelijk regelmatig door automobilisten als sluiproute gebruikt. Fietsers konden nog wel gewoon gebruik blijven maken van het pad. Een deel van de aanwonenden had zelf om de afsluiting gevraagd. Maar juist één aanwonende bleef vasthoudend en wilde geen obstakel. Het bleek dat deze persoon iedere ochtend en avond het sluipweggetje gebruikte en door de maatregel 850 meter per keer moest omrijden. Toen deze persoon zijn zin niet kreeg was zijn wereld te klein. In plaats van zijn verlies te nemen opende hij frontaal de aanval op de raadsleden: ‘zij luisteren niet’ en ‘als je door het volk bent gekozen, hoor je ook naar dat volk te luisteren’ en ‘dat noemt zich volksvertegenwoordiger’. Natuurlijk waren de raadsleden ‘plucheplakkers’ en wist de persoon nu wel ‘op wie hij de volgende keer niet gaat stemmen’.

Hier werd voor mij weer eens benadrukt: de democratie zelf kent spelregels maar om deel te nemen aan die democratie zijn er nauwelijks regels. Bijna iedereen kan meedoen. Het enige criterium om een toegangskaartje te krijgen zijn zachte maatregelen zoals leeftijd, verblijf en/of nationaliteit. Deze criteria gaan echter niet over ‘wie’ je bent. Over een gewenste houding wordt niet gerept. Vragen als ‘hoe volwassen kun je omgaan met andermans mening?’ en ‘hoe ga je om met andermans belang?’ kortom ‘hoe empatisch ben je?’, worden niet gesteld. Eigenlijk zouden aan actieve deelnemers van de democratie, de stemmers, best meer eisen mogen worden gesteld Een cursus 'democratische vorming' zou dan niet misstaan. En slechts met een voldoende voor deze cursus verkrijg je een toegangskaartje tot de democratie.

Moeten we beginnen met deze cursus? En zo ja, waar? Alleen op middelbare scholen of maar meteen breed voor iedere huidige stemgerechtigde?

Geluk

Zondag 15 april 2018

Eric Leltz

Ik ben al weer een raadsperiode weg uit Ede. En hoewel ik Ede nog steeds met enige afstand volg, voelde ik toch enige aarzeling toen ik werd gevraagd om een gastcolumn te schrijven voor deze blogpost. Moet ik nog als de heren Waldorf en Statler uit de Muppet Show vanaf het zijbalkon de Edese samenleving van commentaar voorzien? Of nog erger, anderen de maat nemen? Dat lijkt me weinig constructief. Toch heb ik de uitnodiging met liefde aanvaard omdat het mij de kans geeft om een frustratie van mij af te schrijven. Ik was namelijk nog maar nauwelijks weg uit Ede toen de gemeente werd uitgeroepen tot ‘gelukkigste gemeente van Nederland’. Ik sprak vlak na deze uitverkiezing een mevrouw die schertsend zei dat ik daar aan heb bijgedragen door Ede te verlaten. En, voegde zei er aan toe, “dat is wellicht jouw grootste verdienste voor Ede”. Ik lachte wat maar ik vond het niet leuk.

De gelukkigste gemeente van Nederland! Daar had ik ook wel willen wonen. Wat maakt een gemeente nou gelukkig? Dat komt natuurlijk door haar inwoners. Als deze gelukkig zijn, is de gemeente het ook. Maar hoe maak je dan inwoners gelukkig? En speelt het gemeentebestuur hier een rol in? Hier past enige bescheidenheid want volgens Sonja Lyubominsky (2013) is geluk bij mensen slechts voor 50% te beïnvloeden. De andere 50% ligt al bij de geboorte vast.

Maar hoe kun je dan zo goed mogelijk inspelen op het deel waar je als gemeente wel invloed op hebt? Volgens Daniël Pink (2009) zijn mensen gelukkig als ze autonoom zijn, meesterschap kunnen tonen en zij zichzelf herkennen als “the ‘me’ in the ‘we’”. Vrij vertaald kun je zeggen dat mensen zich vrij willen voelen in de keuzes die ze maken (autonoom), dat ze willen dat wat ze doen ze goed af gaat (meesterschap) en ze een doel hebben in hun leven dat groter is dan henzelf. Je hoort dan bij een groep maar bent als individu ook nog herkenbaar. Hier kan een gemeentebestuur op inspelen door bijvoorbeeld ruimte te laten voor burgerinitiatieven en deze nadrukkelijk te faciliteren (autonoom), door optimaal gebruik te maken van de kennis die in de gemeente onder de inwoners beschikbaar is (wisdom of the crowd) en door te werken aan een gemeenschapsgevoel. En dit laatste niet alleen op gemeenteniveau maar zeker ook op dorps-, wijk- en straatniveau. Dit past uitstekend bij de nieuwe rol van een gemeente in een samenleving in transitie.

Gemeenten kunnen hier een voortrekkersrol in spelen door de omslag naar waarden die passen in de leefwereld van de inwoners, zichtbaar te maken: van ‘wantrouwen’ naar ‘vertrouwen’, van ‘regelzucht’ naar ‘keuzevrijheid’, van ‘controle’ naar ‘ruimte geven’, van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’ en van ‘efficiency’ (geld centraal) naar ‘effectiviteit’. Onlangs is een nieuwe gemeenteraad geïnstalleerd. Deze raad en het nog te installeren dagelijks bestuur, hebben impliciet de opdracht om Ede de gelukkigste gemeente te laten blijven. Het kan dan helpen door in het nog te schrijven bestuursakkoord 2018-2022 met bovenstaande rekening te houden.

Ik wens vanaf enige afstand het nieuwe gemeentebestuur alle geluk en wijsheid toe bij het continueren van de titel “gelukkigste gemeente van Nederland”.

Geplaatst in blog | Er zijn geen reacties

Archief



Rubrieken