Eric Leltz  RSS feed    

Rite de passage

Zaterdag 04 april 2020

Eric Leltz

Stilstand

We leven in een historische tijd. En hoewel de term ‘historisch’ aan inflatie onderhevig is, lijkt het nu toch werkelijk zo. Het Corona-virus heeft ons in de greep. In ‘no-time’ hebben we vrijheden moeten inleveren, leven we noodgedwongen anderhalf meter van elkaar en is ons dagelijks leven drastisch ontregeld. De Franse president Macron spreekt onomwonden van een oorlog met een onzichtbare vijand. Maar anders dan bij voorgaande oorlogen is nu iedereen frontsoldaat. Ieder van ons kan bijdragen door thuis te blijven. We zijn gestopt met rennen naar ‘meer, meer, meer’, staan allemaal even stil en mogen opnieuw aarden. Even geen school, geen theater en geen sportwedstrijden.

Kruispunt

De crisis laat zien dat we kwetsbare wezens zijn in een kwetsbaar systeem. Dit systeem van globalisatie en neo-liberalisme heeft ons veel gebracht maar heeft ook schaduwzijden. Want hoewel velen er liever niet aan dachten, waren we met de aarde al een flinke tijd op weg naar een ecologische crisis door een grenzeloze hang naar groei van de economie. Met als gevolg uitputting van de aarde, afname van biodiversiteit en klimaatverandering.

Een crisistijd dwingt tot reflectie. Maar of het Corona-virus echt de game-changer wordt naar een andere meer duurzame wereld, is nog maar de vraag. Na de economische crisis van 2008 zouden we het ook anders doen. Dat bleek toen een te grote opgave. Achteraf niet verwonderlijk, want het neo-liberalisme geeft het individu alle vrijheid, stelt het eigen belang voorop en verantwoordelijkheid voor de samenleving is ver te zoeken. En toen het mis ging werd aangeklopt bij de overheid en moest de rekening worden betaald door de samenleving. Een samenleving die volgens model neo-liberaal, de voormalige Engelse premier Margaret Thatcher, niet eens bestond afgaande op haar citaat: “There is no such thing as society. There are individual men and women”. En dus was het weer snel nadat de overheid met publiek geld de banken had gered, ‘business as usual’ voor de bankiers en streken ze zonder blikken of blozen hun bonussen weer op.

Kans

De kans die een crisis biedt, kunnen we nu ook grijpen. De tijdelijke adempauze is een kans om onze rol in de samenleving te heroverwegen. Dat kan betekenen dat we ons leefpatroon, ons vlieggedrag en ons koopgedrag moeten veranderen. En dat gaat verder dan symptoombestrijding waarbij we ons gedrag niet al teveel hoefden aan te passen omdat we ons geweten konden sussen door het planten van een boom of een dag geen vlees te eten. Zal het ons nu wel lukken om echt te veranderen? Veel zal afhangen van hoe we uit deze crisis komen. Vallen we weer terug in waar we mee bezig waren, of zien we de crisis als een gevolg van een uit zijn voegen gegroeid geglobaliseerd systeem waarbij efficiëntie, concurrentie en winstmaximalisatie leidend zijn?

Leerproces

De crisis laat zien dat mensen vindingrijk en creatief zijn. Gedwongen door de omstandigheden zitten we in een versneld leerproces en komen we tot nieuwe oplossingen in het traject tussen ontkenning en acceptatie van een nieuwe werkelijkheid. We zijn terechtgekomen in een groot sociaal experiment. Nu lukt onder druk en omdat mensen niet meer overtuigd hoeven te worden van nut en noodzaak, wat jarenlang niet lukte. We kunnen nu massaal thuiswerken, geven online-onderwijs en accepteren digitale sociale contacten. Er kon technisch altijd al veel maar nu kunnen we het ook in sociaal opzicht bijbenen. Deze crisis leert ons dat als het er op aan komt, solidariteit, samenwerking, betrokkenheid, compassie en eigenaarschap van veel meer waarden zijn dan materieel bezit.

Weeffouten

Zullen we ons na de crisis richten op wat echt belangrijk is in het persoonlijke leven zoals familie en vrienden? En zullen we ons richten op waar het in de samenleving echt om draait zoals gezondheidszorg en scholing? De crisis laat zien dat de huidige samenleving een aantal weeffouten kent:

  • Uit de lijst van ‘vitale beroepen’ blijkt dat de meest gewaardeerde mensen tijdens de crisis zoals verplegers, docenten, caissières en vuilnisophalers een voorname rol spelen bij het draaiende houden van de samenleving. Wrang is dat juist op veel van deze beroepen de afgelopen jaren enorm is bezuinigd. Nog niet zolang geleden stonden verplegers en docenten op het Malieveld om erkenning te krijgen. 
  • Te vaak en te gemakkelijk gaat publiek geld dat gespaard is door te korten op de salariëring in de vitale beroepen, naar private bedrijven die onvoldoende thuis geven als het om duurzaamheid gaat. Zo stonden meteen na het uitbreken van de crisis KLM en Schiphol vooraan om overheidssteun aan te vragen. KLM die vervolgens aangeeft mensen te ontslaan en daarmee weer een beroep doet op de samenleving.
  • Het kapitalistische systeem wordt gekenmerkt door winsten waar een kleine groep van profiteert ten koste van een grote groep. Hierdoor wordt de economische ongelijkheid tussen groepen vergroot zoals de Franse econoom Thomas Pikkety in zijn boek “Kapitaal in de 21ste eeuw’ haarfijn uitlegt.
  • Lastenverzwaring drukt stevig op de schouders van de werkenden en de consumenten. Het bedrijfsleven draagt hier verhoudingsgewijs minder aan bij. Zo wordt het geld voor het klimaatakkoord uit 2018 opgebracht door de man en vrouw in de straat, terwijl bedrijven klimaatsubsidies ontvangen en minimaal bijdragen aan de kosten die door hun vervuiling wordt gemaakt.

En dan laten we onze omgang met de natuur, de bio-industrie en een arbeidsmarkt met onzekere contracten nog maar even met rust.

Bouwstenen

Hoe zou de nieuwe wereld er uit kunnen zien? Hoe halen we de weeffouten weg? Zowel de Britse econoom Ann Pettifor in haar ‘The Green New Deal’ en de Amerikaanse Italiaanse econoom Mariana Mazzucato in haar ‘The Value of Everything’, houden een pleidooi voor een sterkere overheid. En niet alleen in crisistijd maar ook voor na de crisis. Van de ‘donuteconomie’ van de Engelse econoom Kate Raworth leren we dat de samenleving een evenwicht hoort te zoeken tussen wat de aarde kan dragen en wat we nodig hebben om, in de woorden van Aristoteles, een deugdzaam leven te leiden. De Oostenrijkse econoom Christian Felber en zijn ‘Economy for the common good’ laat zien dat het draait om het welzijn van mensen en het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Vanuit deze invalshoeken kan de nieuwe werkelijkheid bijvoorbeeld als volgt kleur worden gegeven:

  • Een sterke overheid die het publieke belang voorop stelt. 
  • Steun aan lagere overheden zoals gemeenten die hun rol volwaardig kunnen nemen omdat ze midden in de leefwereld staan
  • Een basisinkomen waarmee in tijd van nood allerlei noodmaatregelen overbodig zijn en omdat gestuurd wordt op vertrouwen er in ‘normale’ tijden minder controle nodig is en dus ook minder ‘bullshit jobs’
  • Steun voor lokale productie en consumptie met respect voor de natuur die diervriendelijk en duurzaam is. Dit betekent ook het afbouwen van grootschalige en intensieve veeteelt en het verminderen van globalisatie 
  • Verdere digitalisering van het werk waardoor op afstand kan worden gewerkt. Dit is vanwege minder verkeersbewegingen goed voor het milieu en voor het combineren van werk met zorgtaken en vrijwilligerswerk.

Tot slot 

Wat doen we? Vallen we terug naar het normaal van voor de crisis? Of durven we onze manier van leven te herzien en zien we de crisis als een ‘rite de passage’, een kantelpunt? Het ligt in onze eigen handen.

Bouwen, bouwen, bouwen

Vrijdag 13 maart 2020

Eric Leltz

Samenvatting

Gemeenten bebouwen ieder stukje (snipper)groen in de stad om de vraag naar woningen bij te houden. Hierdoor wordt de stad een anonieme en massieve stenen massa. Dit gaat ten koste van de leefbaarheid. Om het tij te keren zullen bestuurders veel creatiever moeten worden.

Bouwen

Onder druk van de vraag naar woningen zijn gemeenten in rap tempo bezig om groenstroken vol te bouwen. Soms, om de weerstand wat te verdunnen, met het label ‘tijdelijk’ erop. Door dit soort ‘postzegel-projectjes’ ontstaat een anonieme en massieve stad. Om het verlies van groen te compenseren worden bushokjes voorzien van groene daken en worden subsidies verleend voor groene schuurdaken. Dat compenseert onvoldoende de plekken waar inwoners eerst konden recreëren. Bestuurders moeten vooruit kijken en hierbij een afweging maken van belangen. Dat wordt nu, onder druk van de woningvraag, onvoldoende gedaan. Zodoende ligt de nadruk veel te veel op het bouwen van woningen en waar mensen dicht op elkaar wonen, gaat de leefbaarheid drastisch achteruit. Voorbeelden als de Brusselse en Parijse banlieues spreken boekdelen. Voor je het beseft zijn de ‘oplossingen’ van vandaag de problemen van morgen.

Groen

Planten en bomen hebben een grote invloed op de kwaliteit van de leefomgeving. Groen verfraait de omgeving, geeft ruimte aan ontspanning en beweging, zorgt daardoor voor sociale verbindingen en dempt het verkeerslawaai. Daarnaast verbeteren bomen de structuur van de bodem en zorgen ze er voor dat meer water kan worden vastgehouden waardoor er bij hevige regenval minder wateroverlast is. Bomen geven ook schaduw en bevochtigen de lucht. Hierdoor worden extreme temperaturen in de stad beperkt en voelt het koeler. ‘Last but not least’, een groene omgeving levert een belangrijke bijdrage aan de luchtkwaliteit in de stad door het verlagen van de hoeveelheid fijnstof. De verborgen medische kosten van een slechte luchtkwaliteit voor de maatschappij zijn volgens berekeningen van het Astmafonds uit 2015 €4 miljard per jaar. Een onderzoek van Wageningen University & Research uit 2018 geeft zeven redenen om te investeren in groen in de stad.

  1. Groen vermindert de kans op wateroverlast
  2. Groen verkoelt de stad in de zomer
  3. Groen draagt bij aan een betere gezondheid en een hoger welzijn
  4. Groen draagt bij aan sociale cohesie
  5. Groen trekt bedrijven aan
  6. Groen zorgt voor biodiversiteit
  7. Groen verhoogt de waarde van huizen en kantoren en zorgt zo voor hogere lokale belastingopbrengsten. 

Door het ontbreken van groen wordt de drempel om even buiten te spelen steeds hoger. Kinderen spelen dan ook steeds minder buiten. Uit een in opdracht van ‘Jantje Beton’ in 2017 uitgevoerd onderzoek blijkt dat het aantal kinderen dat iedere dag buiten speelt in een jaar is gedaald van 20% naar 14%. En ongeveer 30% van de kinderen speelt nooit of maar één keer per week buiten. Vijf jaar geleden was dat nog 20%. 

Uitdaging

Lokale bestuurders dienen breder te kijken en niet alleen gericht te zijn op bouwen, bouwen, bouwen. Een balans vinden tussen korte en lange termijn doelen, tussen verschillende belangen, vraagt enige creativiteit om zoveel mogelijk groen te behouden. Natuurlijk is er al gekeken naar plekken die omgezet kunnen worden in woningen zoals voormalige bejaardenhuizen, scholen, kerken en kantoren. Maar benut daarnaast bestaande locaties beter. Bouw bijvoorbeeld over de weg, over sporen, ga de hoogte in en werk met verticale tuinen maar laat het bestaande groen zoveel mogelijk groen blijven. 

Op landelijk niveau ligt ook een opdracht. Maak minder dichtbevolkte streken aantrekkelijk om te wonen en te werken en stimuleer het bouwen op water. Drijvende woningen en tuinen zijn een aanwinst voor iedere stad. Dit is allemaal niet van de ene op de andere dag gerealiseerd maar degene die zegt dat het onmogelijk is toont te weinig creativiteit. Natuurlijk had deze opdracht allang moeten worden opgepakt. Door het ontbreken van visie is dit achterwege gebleven. Maar dat is nog geen enkele reden om er nu niets meer aan te doen. Hier ligt een mooie uitdaging voor landelijke en lokale bestuurders.

Dit artikel verscheen eerder op www.gemeente.nu

Minachting

Vrijdag 14 februari 2020

Eric Leltz

Toen Donald Trump zeer zelfingenomen het applaus voor zijn verkiezingsrede, voor deze gelegenheid verpakt als ‘State of the Union’, in ontvangst nam zag je Nancy Pelosi, voorzitster van het Huis van Afgevaardigden, achter hem zijn afgedrukte speech verscheuren. En natuurlijk, dolle Donald had voorafgaand aan de speech haar uitgestoken hand geweigerd, maar het was waardiger geweest als zij zich niet had verlaagd tot zijn spel door op een dergelijke wijze haar minachting te tonen.

In het Duitse Thüringen werd Thomas Kemmerich verkozen tot minister-president. Dat ging met steun van de rechtse AfD. Dat doet pijn maar het is wel volgens de democratische spelregels verlopen. Een goede gelegenheid om de nieuwe premier hiermee te feliciteren. Maar daar dacht de linkse mevrouw Hennig anders over. Ze toonde zich een slecht verliezer en liep met een bos bloemen op Kemmerich af. In plaats van deze bos aan hem te geven, al dan niet vergezeld van drie ‘rondemiss’-zoenen, gooide zij de bloemen voor zijn verbaasde gezicht op de grond alsof zij voor zijn graf stond. Weinig fijngevoelig, weinig fatsoen en veel minachting.

Guy Verhofstadt, de fractieleider van de liberalen en democraten in het Europees parlement, kon er ook wat van en vergeleek Kemmerich met Hitler. Niet alleen respectloos, het is ook nog eens smakeloos, zeker als je de speeches van Verhofstadt voor de geest haalt. Speeches waarbij steevast het ‘schuim op zijn bek’ staat. Maar ja, minister-president worden in een Duitse deelstaat en dan de ‘onderkoning van Europa’ niet vragen om toestemming, dat is natuurlijk ook een onvergeeflijke blunder.

Naast minachting voor een persoon, kan minachting ook gericht zijn op het (democratisch) proces.

Bij Groenlinks dreigde een lijsttrekkersverkiezing te komen. Ondanks een korte aanmeld-periode die ook nog eens liep tijdens het kerstreces, had een lid het lef gehad om zich verkiesbaar te stellen. Dat was tegen het zere been van het bestuur en zou een smetje zijn op de al in voorbereiding zijnde ‘Klaver-show’ op het congres. Dat moet de opmaat zijn naar de verkiezingen en daar past een Noord-Koreaanse verkiezingszege bij. Of nog beter, helemaal geen verkiezingen omdat alle leden unaniem achter de grote leider staan. En jawel, ‘na een gesprek met de voorzitter’ heeft de uitdaagster zich laten ringeloren. Met een ruggengraat van marsepein verpulverden haar ambities voor het lijsttrekkerschap. Ze mag nu een werkgroep leiden die zich richt op een klimaatneutraal Nederland in 2030. Hoe verzin je het? Het zal niet lang meer duren tot in de wandelgangen gniffelend wordt gesproken over de werkgroep ‘Kaltgestellt’.

Bij Farmers Defence Force, de radicale boerenactiegroep, gaat het in de overdrive en is er minachting voor persoon én proces. De woorden ‘nuance’, ‘fatsoen’ en ‘respect’ zijn in hun oprichtingsacte niet met inkt maar met melk geschreven en dus allang vervaagd. Bij hen is de democratie in goede handen zo lang ze er maar geen last van hebben en wordt gedaan wat zij op hoge toon eisen. Zo niet, dan is intimidatie je deel. Daarom hebben ze geen moeite om met een doodskist rond te rijden waar de namen van politici op staan, rijden ze met de tractor dwars door de voordeur en dreigen zij anderen als die in gesprek gaan met de minister en wellicht wel water bij de wijn willen doen.

Toch opvallend dat mensen die zichzelf democraat noemen moeite hebben met de spelregels van diezelfde democratie als het hen allemaal wat minder goed uitkomt. Hoeveel je ook van mening verschilt met een ander, als deze op democratische wijze op een bepaalde positie is gekomen, past het niet om de spelregels eigenhandig, eenzijdig en tijdens de wedstrijd aan te passen. Letterlijk of door druk uit te oefenen. Het lijkt op de voetballer die een kans verspeeld omdat hij twee meter over het doel schiet en dan gaat klagen dat het doel eigenlijk twee meter hoger had moeten staan.

Minachting toont onmacht en onvolwassenheid. Dat past niet bij het leiderschap dat we nodig hebben om ons door de transitie-tijd te loodsen. Dan heb je leiders nodig die we kunnen vertrouwen en die we willen, die we kunnen en die we durven te volgen.

Misbruik van macht zit in een klein hoekje

Zondag 05 januari 2020

Eric Leltz
Onlangs zag ik een politieauto met knipperlichten aan op het trottoir staan. Bij nadere blik bleek dat twee agenten in een cafetaria op een bestelling stonden te wachten. Toen ik hen aansprak dat ze niet zo’n fraai voorbeeld geven bleek de vrouwelijke agent slecht tegen kritiek te kunnen en in haar verweer niet verder te komen dan ‘wij moeten ook eten’. Dat had Marco Kroon moeten weten. Dan had hij vast gezegd ‘wij moeten ook plassen’. De mannelijke agent begreep mij maar in zijn uitleg kwam hij met argumenten waar een gewone burger als ik het voorzichtig inschat, niet mee wegkomt. Tenminste antwoorden als ‘het is maar kort’ en ‘niemand heeft er last van’ zullen door de diender snel worden gezien als ‘smoesjes’. We kwamen er niet uit en ik gaf aan een klacht in te dienen. Dat heb ik de volgende dag gedaan. Daarop kwam bijgaand antwoord:

De gedragingen van een individuele medewerker van de politie is zijn of haar eigen verantwoordelijkheid. Zoals wij het lezen heeft u de medewerkers al aangesproken op hun gedrag. Gelukkig zijn medewerkers van de politie ook mensen en krijgen ze gelegenheid om tijdens de werkdag een pauze te genieten. Tijdens deze pauze hebben ze de gelegenheid om een zelf meegebrachte maaltijd te nuttigen of een om maaltijd te gaan halen.

Een antwoord dat bij mij de vraag oproept of het wel zo is dat het gedrag van iedere medewerker de eigen verantwoordelijkheid is zonder dat dit ergens aan wordt getoetst? In ieder geval worden de agenten niet aangesproken ‘want dat heb ik al gedaan’! Dan heb ik het nog maar niet of het gewoon is dat een maaltijd in de pauze wordt gehaald met de dienstauto. En dat medewerkers van de politie mensen zijn? Vanzelfsprekend, alsof dat het punt is. 

Het lijkt wellicht een klein voorval maar gedrag waarbij de handhaver in gewone situaties zichzelf meer rechten toe-eigent dan anderen ondermijnt wel het rechtsgevoel. Organisaties als de politie hebben al een naar binnen gerichte cultuur. In dat kader is het goed om wat vaker in de spiegel te kijken die de buitenwereld aanreikt. Ook al is dat lastig.

Eric Leltz

Geplaatst in samenleving | Er is 1 reactie

Werkdruk

Maandag 30 december 2019

Eric Leltz

De hogeschoolraad van de Hogeschool Utrecht besprak de resultaten van het werkbelevingsonderzoek. Dit is een terugkerende dans want dit onderzoek wordt om de twee jaar uitgevoerd. En steevast komen daar dezelfde ‘energiegevers’ en ‘energievreters’ naar voren. Overigens net als bij veel andere (hoge)scholen. Alle ingrediënten om de koe bij de horens te vatten zijn dus allang gelokaliseerd. Je zou zeggen dat er tot concrete actie kan worden overgegaan. Maar in plaats daarvan wordt er een nieuw onderzoek naar werkdruk, een van de grootste energievreters, aangekondigd. Pas komende zomer mogen resultaten worden verwacht. 

Jammer, eerst weer een onderzoek naar de bekende weg. In Nederland is al heel veel onderzoek naar werkdruk gedaan. Ook in het hoger onderwijs. Daarom kennen we ook de voornaamste oorzaken van werkdruk: ‘onvoldoende controle over het werk’, ‘weinig ondersteuning bij het uitvoeren van taken’, en ‘het gevoel onvoldoende competent te zijn’. Een slecht verstaander zou kunnen denken dat met de aankondiging van een onderzoek tijd wordt gekocht, want tot de zomer hoeft geen verantwoording te worden afgelegd over de werkdruk. 

Waarom niet duurzaam denken en gebruik maken van de reeds bekende resultaten over de oorzaken van werkdruk?

Hierbij een aanzet. Kijk eerst naar wat mensen gelukkig maakt. Volgens Daniel Pink (2009) is dit:

  • Mensen willen competent zijn,
  • Mensen willen verbonden zijn met elkaar en met hun privé situatie,
  • Mensen willen autonoom zijn

Kijk vervolgens naar de oorzaken waardoor deze factoren gefrustreerd raken en hoe dit in de dagelijkse praktijk kan worden voorkomen. Zoek de dialoog binnen kleine teams. Dit kan op heel veel manieren waarbij het de voorkeur heeft om teams zelf hun eigen werkwijze te laten definiëren. Begin met een team dat zichzelf opwerpt. 

Een voorbeeld werkwijze is:

Zoek als volgt naar oplossingen:

  • Benoem aandachtspunten. Dit is wat negatief geformuleerd de knelpunten of irritaties zijn
  • Zet een aandachtspunt centraal
  • Ontrafel dit aandachtspunt in de onderliggende regels en veronderstellingen die hier aan ten grondslag liggen
  • Vraag je af ‘waarom’ doen we dit?
  • Vraag je af ‘hoe’ kan het anders?
  • Vraag je af ‘wat’ gebeurt als het aandachtspunt over boord wordt gegooid
  • Vraag je af ‘wie’ er last van heeft als we het anders doen.

Het resultaat is een lijst van punten die direct kunnen worden uitgevoerd en een lijst van punten waarbij overleg nodig is met een hoger echelon. Heeft deze laatste lijst een stevige omvang, dan is dit een teken aan de wand voor wat betreft de factor ‘autonomie’. Een lijst van mogelijke aandachtspunten is:

  • Voelt de werkomgeving veilig?
  • Is deze werkomgeving rustig?
  • Wat is het nut van een specifieke vergadering?
  • Kijk naar de administratie en stel je de vraag ‘waarom houden we dit bij?’
  • Herverdeel het werk over het jaar. 
  • Doen we wat we beloven? 

Deze sessies kunnen in januari 2020 plaatsvinden, gewoon low-profile. Tegen wie aankomt met ‘dat kan niet’, het ‘There is no alternative’-type, zeg je dat deze persoon de fantasie moet laten werken en wellicht nog niet helemaal klaar is voor de toekomst. Daarna kunnen de veranderingen met een beetje lef om los te laten worden doorgevoerd, zodat ver voor de zomer de werkdruk een stuk lager zal zijn en het plezier in het werk een stuk hoger. Dan komt het met de kwaliteit van het onderwijs en de positie van de Hogeschool Utrecht op menig lijstje, ook goed.

 

Archief



Rubrieken