Eric Leltz  RSS feed    

Liefde

Woensdag 13 juni 2018

Eric Leltz

Ware liefde verschijnt op onverwachte momenten maar wel vaak op verwachte plaatsen. Het werk is een erkend podium voor de liefde. Het schijnt dat 1 op de 4 werknemers wel eens een relatie met iemand van het werk heeft gehad. En als liefde op het werk uitgroeit tot een ‘ongemakkelijke waarheid’, zorgt het ook voor slachtoffers.

In mei werd een Rotterdamse hoofdofficier van justitie op non-actief gesteld (of in procureurs-generaal taal ‘met buitengewoon verlof gestuurd’) vanwege een verzwegen relatie met een andere hoofdofficier. En in die systeemwereld van juridische regelgeving gaat het er kennelijk toch al losjes aan toe, want diezelfde hoofdofficier had eerder een relatie met weer een andere hoofdofficier. En afgelopen week moesten de voorzitter van GroenLinks en een partijgenoot (en tweede Kamerlid) het veld ruimen. Ze hadden een liefdesrelatie verzwegen terwijl ze in een gezagsverhouding met elkaar stonden. ‘Love is a battlefield’ wist Pat Benatar al in de jaren 80.

Liefde verzwijgen kan dus zorgen voor ongemakkelijke taferelen. Dan maar alles open gooien en zo transparant zijn als het water van een bergbeek? Daarvoor kunnen we bij de Amsterdamse ex-wethouder Rob Oudkerk in de leer. Lang bleef zijn liefde voor het ambt van burgemeester van die stad stil. Maar toen de vacature opnieuw werd opengesteld, kon hij zijn ‘innerlijke stem’ niet meer negeren en moest hij wel solliciteren. En dat doet hij in alle openheid, hij toont (persoonlijke) kwetsbaarheid en gaat diep door het stof over zijn eerder gemaakte fouten. Hij schaamt zich daar nu voor en is bang voor afwijzing maar de liefde voor de stad is groter. Lovenswaardig, het roept discussie op en er wordt over hem gesproken. Dat heeft hij voor elkaar. Maar plaveit zijn openheid de weg naar het stadhuis of graaft hij juist zijn eigen graf en is hij nu bij voorbaat al kansloos?

Geplaatst in blog | Er zijn geen reacties

Geluk

Zondag 15 april 2018

Eric Leltz

Ik ben al weer een raadsperiode weg uit Ede. En hoewel ik Ede nog steeds met enige afstand volg, voelde ik toch enige aarzeling toen ik werd gevraagd om een gastcolumn te schrijven voor deze blogpost. Moet ik nog als de heren Waldorf en Statler uit de Muppet Show vanaf het zijbalkon de Edese samenleving van commentaar voorzien? Of nog erger, anderen de maat nemen? Dat lijkt me weinig constructief. Toch heb ik de uitnodiging met liefde aanvaard omdat het mij de kans geeft om een frustratie van mij af te schrijven. Ik was namelijk nog maar nauwelijks weg uit Ede toen de gemeente werd uitgeroepen tot ‘gelukkigste gemeente van Nederland’. Ik sprak vlak na deze uitverkiezing een mevrouw die schertsend zei dat ik daar aan heb bijgedragen door Ede te verlaten. En, voegde zei er aan toe, “dat is wellicht jouw grootste verdienste voor Ede”. Ik lachte wat maar ik vond het niet leuk.

De gelukkigste gemeente van Nederland! Daar had ik ook wel willen wonen. Wat maakt een gemeente nou gelukkig? Dat komt natuurlijk door haar inwoners. Als deze gelukkig zijn, is de gemeente het ook. Maar hoe maak je dan inwoners gelukkig? En speelt het gemeentebestuur hier een rol in? Hier past enige bescheidenheid want volgens Sonja Lyubominsky (2013) is geluk bij mensen slechts voor 50% te beïnvloeden. De andere 50% ligt al bij de geboorte vast.

Maar hoe kun je dan zo goed mogelijk inspelen op het deel waar je als gemeente wel invloed op hebt? Volgens Daniël Pink (2009) zijn mensen gelukkig als ze autonoom zijn, meesterschap kunnen tonen en zij zichzelf herkennen als “the ‘me’ in the ‘we’”. Vrij vertaald kun je zeggen dat mensen zich vrij willen voelen in de keuzes die ze maken (autonoom), dat ze willen dat wat ze doen ze goed af gaat (meesterschap) en ze een doel hebben in hun leven dat groter is dan henzelf. Je hoort dan bij een groep maar bent als individu ook nog herkenbaar. Hier kan een gemeentebestuur op inspelen door bijvoorbeeld ruimte te laten voor burgerinitiatieven en deze nadrukkelijk te faciliteren (autonoom), door optimaal gebruik te maken van de kennis die in de gemeente onder de inwoners beschikbaar is (wisdom of the crowd) en door te werken aan een gemeenschapsgevoel. En dit laatste niet alleen op gemeenteniveau maar zeker ook op dorps-, wijk- en straatniveau. Dit past uitstekend bij de nieuwe rol van een gemeente in een samenleving in transitie.

Gemeenten kunnen hier een voortrekkersrol in spelen door de omslag naar waarden die passen in de leefwereld van de inwoners, zichtbaar te maken: van ‘wantrouwen’ naar ‘vertrouwen’, van ‘regelzucht’ naar ‘keuzevrijheid’, van ‘controle’ naar ‘ruimte geven’, van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’ en van ‘efficiency’ (geld centraal) naar ‘effectiviteit’. Onlangs is een nieuwe gemeenteraad geïnstalleerd. Deze raad en het nog te installeren dagelijks bestuur, hebben impliciet de opdracht om Ede de gelukkigste gemeente te laten blijven. Het kan dan helpen door in het nog te schrijven bestuursakkoord 2018-2022 met bovenstaande rekening te houden.

Ik wens vanaf enige afstand het nieuwe gemeentebestuur alle geluk en wijsheid toe bij het continueren van de titel “gelukkigste gemeente van Nederland”.

Geplaatst in blog | Er zijn geen reacties

Kennis delen is kennis vermenigvuldigen

Vrijdag 02 april 2010

eric leltz

In de zoektocht naar de plaats en een meer zinvolle invulling van lectoraten binnen het hoger onderwijs, dreigt de component 'kennisontwikkeling' steeds meer te worden weggetrokken uit het onderwijs en te worden ondergebracht bij de lectoraten. Omdat sinds kort ‘onderzoek’ naast ‘onderwijs’ ook tot het primaire proces behoort, blijft kennisontwikkeling daarmee weliswaar onderdeel van dat primaire proces, maar de kans dat de nieuwe kennis de onderwijs (werk) vloer bereikt, wordt dan toch wel wat kleiner. En op die werkvloer ontmoeten student en docent elkaar nu eenmaal het meest en het intensiefst. Door het weghalen van kennisontwikkeling bij de docent wordt deze functie uitgehold. De docent gaat dan steeds meer lijken op de medewerker uit het industriële tijdperk die aan de lopende band staat. Dezelfde medewerker die nog maar een klein gedeelte van het totale proces uitvoert en eigenlijk nauwelijks een idee heeft aan welk product hij werkt. Het is als de metselaar die, wanneer gevraagd wordt naar wat hij doet, zegt 'een muurtje bouwen' waar hij ook had kunnen zeggen 'ik bouw mee aan een kathedraal'. Het werkt sub optimalisatie in de hand.

Door deze uitholling wordt de intrinsieke motivatie van de professional op de werkvloer wel heel erg op de proef gesteld. Het doet ook geen recht aan de lerende organisatie waar tegemoet wordt gekomen aan de natuurlijke behoefte van professionals aan zelfontplooiing waardoor een organisatie zich als het ware continu en als vanzelf vernieuwt. En natuurlijk kan de professional deelgenoot worden van de kenniskring rond een lectoraat, maar dit is maar weggelegd voor enkelen. De achterblijvers voeren het onderwijs uit maar doen nauwelijks aan inhoudelijke vernieuwing van datzelfde onderwijs. En de gevolgen hiervan kun je dagelijks om je heen zien. Omdat het aspect kennisontwikkeling in het onderwijs minder prominent aanwezig is en het meer om de uitvoering gaat, kun je met minder hoog gekwalificeerde en minder ervaren medewerkers af. Onder het mom van verjonging zie je ook steeds meer goedwillende maar weinig ervaren jonge docenten binnenkomen. Deze docenten passen, zeker in hun begintijd, goed bij het lopende band concept met de voorgekookte lessen. Maar ruimte voor vernieuwing in het leslokaal is er nauwelijks.

Als kennis niet wordt ontwikkeld of als elders ontwikkelde kennis niet wordt gedeeld en benut, veroudert een opleiding in snel tempo. Een goede balans tussen financiën, kennisontwikkeling en oog voor student, docent en samenleving is hierbij essentieel. Omdat de samenleving in beweging is, zal bij een eenzijdige benadering de kennis in de opleiding snel in waarde verminderen en zal de opleiding niet meer aansluiten bij haar omgeving. Voor het sturen op bijvoorbeeld alleen financiële doelen wordt dan uiteindelijk een hele hoge prijs betaald.

Een optimale kenniscentrum gaat van kennisontwikkeling, via kennisdelen en het toepassen van kennis, naar evaluatie van die kennis. Al deze onderdelen moeten goed op elkaar worden afgestemd. Om kennis breed toe te passen en van nut te laten zijn voor de gehele organisatie, zal de kennis toch echt op de werkvloer moeten aankomen. Dan hebben studenten, docenten en dus de samenleving er direct baat bij. Wat nu dreigt te gebeuren bij veel hogescholen is dat het kenniscentrum goedwillend met kennisontwikkeling begint bij het lectoraat en vervolgens stokt bij het delen van die kennis. En over het toepassen van die kennis heb ik het dan al helemaal niet meer. Op deze wijze bereikt de ontwikkelde kennis nooit het lokaal waar docent en student samen het onderwijs vormgeven. Pas als je kennis kunt delen, kan deze kennis zich vermenigvuldigen.

   

Geplaatst in blog | Er zijn geen reacties

Voor wie wil stemmen …. maar dit zelf niet kan

Woensdag 24 februari 2010

 

eric leltz

 

Op 3 maart aanstaande zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Dat kun je moeilijk zijn ontgaan zeker na de val van het kabinet. Want of we dat als lokale politici nu leuk vinden of niet, de door de val noodzakelijke verkiezingen voor de 2de kamer op 9 juni aanstaande werpen hun schaduw al vooruit.

Op 3 maart wordt er weer gestemd met het rode potlood. Het beleid van de overheid is er op gericht dat haar inwoners zoveel mogelijk kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. Het zelfstandig uitbrengen van je stem hoort daar wat mijn fractie betreft zeker ook bij. Maar het gebruik van het rode potlood heeft tot gevolg dat juist de inwoners die visueel gehandicapt zijn, geen mogelijkheid meer hebben om zelfstandig hun stem uit te brengen. Zij zijn aangewezen op het geven van een volmacht of het meenemen van iemand in het stemhokje, om hen te helpen. Omdat mijn fractie vindt dat iedereen recht heeft om de stemkeuze voor zichzelf te houden, hebben wij al eerder aan het college gevraagd om te onderzoeken of het ook in Ede mogelijk is dat blinden en slechtzienden zelfstandig en in vrijheid hun stem kunnen uitbrengen. In de gemeenten Renkum en Ermelo is dit bijvoorbeeld al mogelijk. Uit een onderzoek uitgevoerd door de federatie Slechtzienden en Blindenbelang, blijkt dat de doelgroep deze manier van stemmen hoog waardeert. Natuurlijk moeten hierbij de kosten in het oog worden gehouden. Het gaat dan niet alleen om de zogeheten “out of pocket” kosten van wellicht een aangepast stemsysteem maar ook om de inspanning die de visueel gehandicapte moet doen om bij het aangepaste stembureau te komen. Een reis naar een andere wijk of dorp terwijl het “eigen” stembureau om de hoek zit, is natuurlijk geen elegante oplossing.

Het college heeft inmiddels geantwoord dat het zelfstandig uitbrengen van de stem voor blinden en slechtzienden op 3 maart nog niet mogelijk is omdat daaraan voorwaarden zijn verbonden zoals een andere opmaak van het stembiljet. Het ontbreekt nu aan tijd om dit nog voor Ede te regelen. Jammer dat het op korte termijn niet is gelukt en we moeten ons dan maar richten op 9 juni. Al komt deze datum snel. Overigens kunnen visueel gehandicapten kiezers in Ede zich wel laten informeren via de website www.uheefthetvoorhetzeggen.nl . Hierop is de kandidatenlijst via de kiestelefoon af te luisteren.

Toch blijft het voor mijn fractie belangrijk dat ieder zijn stem kan uitbrengen. En naast blinden en slechtzienden zijn er ook nog andere groepen die problemen ondervinden bij het uitbrengen van hun stem. Denk aan mensen die slecht ter been zijn en moeilijk het stembureau kunnen bereiken. Daarom kunt u als u om welke reden dan ook niet in staat bent om op 3 maart zelf naar het stembureau toe te gaan contact met ons opnemen. We komen u dan gewoon halen zodat u gebruikt kunt maken van uw democratisch recht om te stemmen.

    

Geplaatst in blog | Er zijn geen reacties
 

Archief



Rubrieken