Eric Leltz  RSS feed    

Verspilling van talent

Zaterdag 25 juli 2026

Eric Leltz

In een wereld die kampt met een tekort aan leerkrachten, vakmensen, ingenieurs en zorgverleners, besteden nog veel getalenteerde mensen hun dagen aan banen die David Graeber ‘bullshit jobs’ noemt. Banen die weinig tot geen waarde toevoegen aan de samenleving maar vooral dienen om systemen in stand te houden, percepties te manipuleren of belangen te verdedigen. Marketeers, lobbyisten, communicatieadviseurs, consultants en middenmanagers: ze vullen spreadsheets, organiseren meetings over meetings en proberen ons te overtuigen dat we een nóg betere shampoo nodig hebben. Mensen met empathie, organisatievermogen en creativiteit, kwaliteiten die uitstekend van pas komen bij de zorg voor ouderen en het begeleiden van kwetsbare kinderen, zitten PowerPoint-presentaties te maken over “brand awareness”. Het is een structurele verspilling van menselijk potentieel die pijnlijk contrasteert met de schreeuwende nood aan échte banen.

Neem marketing. Er wordt energie gestoken in het creëren van kunstmatige behoeften. Campagnes die jongeren doen geloven dat geluk in een nieuw kledingstuk zit of dat een suikerhoudend drankje je leven verandert. Ondertussen kampen ziekenhuizen met personeelstekorten. Als je kijkt hoeveel lobbyisten er zijn word je cynisch. Zij worden betaald om wetgeving te beïnvloeden ten gunste van bedrijven om oude systemen in stand te houden. Terwijl we dringend behoefte hebben aan meer mensen die zorgen voor betaalbare woningen, een duurzame energie-infrastructuur, robuuste dijken en een onderwijssysteem dat kinderen voorbereidt op de toekomst, zijn er mensen bezig om gevestigde belangen te verdedigen, ook als dat tegen het algemeen belang ingaat.

Veel mensen voelen diep vanbinnen dat hun werk zinloos is. Ze ervaren een existentiële leegte, krijgen burn-outs en een voelen een gebrek aan trots. Waarom zou je je best doen als je werk overbodig is? Verzacht geld echt alle pijn? ‘Quiet quitting’ is hun norm. De oorzaken liggen diep. We zitten met een economisch model gebouwd op schuld waarbij groei van het Bruto Binnenlands Product noodzakelijk is. Die groei wordt verkregen door de consumptie steeds weer aan te zwengelen. Daarnaast zitten we met een enorme bureaucratie en die creëert haar eigen banen: elke nieuwe regeling vraagt om controleurs, rapporteurs en adviseurs. En dan is er sociale druk. Een goed salaris, een hip kantoor aan de Zuidas en een LinkedIn-profiel vol “strategische inzichten met een vleugje AI”, wegen zwaarder dan iets wezenlijks bij te dragen aan de samenleving.

In een tijd van klimaatuitdagingen en toenemende complexiteit kunnen we ons geen luxe van zinloos werk permitteren. Iedere persoon die nu de dagen vult met het optimaliseren van Instagram-campagnes of het schrijven van beleidsnotities over “stakeholder engagement”, is er één te veel. We hebben hen harder nodig in het klaslokaal, in de operatiekamer, op de bouwplaats en in het laboratorium. Onze samenleving zal er menselijker van worden.

Onttovering

Zaterdag 18 juli 2026

Eric Leltz

Nog niet zo lang geleden had de wereld een zekere magie en konden we ons nog verwonderen. Die magie school in het wachten, in de schaarste en in het moment waarop iets eindelijk gebeurde. Die zomerhit op de radio was zo’n klein wonder. Je wist nooit precies wanneer het langskwam. Je hield je vingers nerveus aan de volumeknop, en maar hopen dat de DJ het nummer zou draaien. Soms duurde het uren maar als het werd gedraaid kroop je in de luidspreker en gebaarde je dat iedereen in de kamer stil moest zijn. 

Vandaag is elk liedje op elk moment direct beschikbaar. En toch voelt het leeg. De anticipatie, het wachten met een gevoel van spanning op iets wat misschien gaat gebeuren, is verdwenen. Een gebeurtenis is een verbruiksartikel geworden. Ontvangen werd consumeren.

Deze onttovering is overal zichtbaar. Voor films moest je wachten tot het werd aangeboden op TV of in de bioscoop. En terugspoelen of pauzeren was er niet bij. Ooit moest je naar de videotheek voor een film waarvan je hoopte dat die nog op de plank lag. Die spanning maakte deel uit van het plezier. Het gaf de ervaring gewicht. Nu volstaan een paar tikken met je vingers en de hele filmgeschiedenis ligt voor je klaar. Maar met als resultaat dat we minder aandachtig kijken. We pauzeren, checken onze telefoon, kijken drie series tegelijk. 

Ook kennis heeft haar betovering verloren. Vroeger pakte je de dertiendelige encyclopedie of moest je naar de bibliotheek. Het proces was traag en soms frustrerend, maar ook rijk. Je dwaalde af, ontdekte andere boeken, leerde geduld te hebben. Nu krijg je via kunstmatige intelligentie onmiddellijk antwoord. De vreugde van het vinden na een zoekproces, is vervangen door de kilte van het opvragen en direct ontvangen van een antwoord. We weten alles, maar onthouden weinig.

Ook in menselijke relaties zien we deze verschuiving. Vroeger schreef je brieven. Je wachtte weken op een antwoord. Die envelop op de mat was een feest. Tegenwoordig verwachten we onmiddellijke reacties. Als een berichtje niet binnen tien minuten is beantwoord dan is er iets mis, zeker als we zien dat het bericht wel is gelezen. De spanning van het verlangen, de zoete onzekerheid, maakt plaats voor een constante stroom van oppervlakkige bevestiging. 

We hebben een wereld gecreëerd waarin alles mogelijk is, op elk moment. Maar juist daarom verliest alles zijn glans. Een overvloed aan mogelijkheden leidt tot keuzestress en maakt dat je minder snel tevreden bent. Mensen gedijen bij ritme, bij seizoenen, bij afwezig mogen zijn. De magie ontstaat in de ruimte tussen verlangen en vervulling. Technologie heeft die ruimte weggehaald waardoor we het vermogen om verwonderd te zijn, om iets écht te waarderen omdat het niet vanzelfsprekend is, zijn kwijtgeraakt. En dat is slecht nieuws voor onze creativiteit. 

Van mens naar machine

Zondag 05 juli 2026

Eric Leltz

Het biologisch systeem van een mens en het technologisch systeem van een machine lopen steeds meer naadloos in elkaar over. We spreken dan over cyborgs. Deze term roept wellicht nog beelden op van sciencefiction: half mens, half robot met gloeiende ogen en metalen ledematen. Maar de echte transformatie vindt veel minder zichtbaar plaats. 

De eerste stappen in deze transformatie waren medisch: pacemakers houden het hart in het juiste ritme, implantaten laten doven weer horen en insulinepompen automatiseren de suikerhuishouding van diabetici. En de ontwikkelingen gaan maar door. Protheses met neurale besturing stellen mensen met een geamputeerde hand, in staat om met gedachten een kunsthand te bewegen. 

Deze technologieën vervangen niet alleen verloren functies, ze verbeteren deze ook. Een moderne loopprothese kan een atleet sneller maken dan deze ooit op natuurlijke wijze had kunnen zijn. De grens tussen vervanging en verbetering vervaagt dan ook zoals we bij de Zuid-Afrikaanse atleet Oscar Pistorius hebben kunnen zien.

Buiten de medische wereld voltrekt zich een stillere revolutie. Onze smartphones zijn ‘extensions’ van ons brein geworden. We outsourcen ons geheugen aan de cloud, onze oriëntatie aan GPS-systemen en onze sociale interacties aan algoritmes. Smartwatches meten de hartslag en het gewicht en monitoren de slaap en stress, terwijl augmented-reality brillen de fysieke wereld overlappen met digitale informatie.

We zijn altijd online, altijd verbonden met een extern zenuwstelsel van servers en glasvezelkabels. Veel mensen voelen zich incompleet zonder hun telefoon. De afhankelijkheid van het toestel is zo groot dat mensen zich geen raad weten als ze hun smartphone vergeten zijn en dan zelfs ‘fantoompijn’ voelen. De puur biologische mens ligt in de Westerse wereld al jaren achter ons. 

En de volgende fase is allang ingezet. Met brain-computer interfaces waarbij elektroden worden geïmplanteerd die rechtstreeks communiceren met de hersenschors. Patiënten met ALS kunnen hierdoor gedachten omzetten in tekst of cursorbewegingen. Deze interfaces beloven niet alleen medische toepassingen maar ook cognitieve upgrades: sneller leren, directe toegang tot kennis, of zelfs gedachten delen. 

Deze ontwikkeling roept fundamentele vragen op. Wat blijft er over van onze menselijkheid als bewustzijn deels buiten het biologische lichaam plaatsvindt? Wat is een mens eigenlijk? Als emoties, gedachten en zelfs identiteit steeds meer door tussenkomst van technologie worden gevormd, wie bepaalt dan nog wat “menselijk” is? Privacy wordt een illusie wanneer bedrijven toegang krijgen tot onze neurale data. Machtsongelijkheden nemen toe: wie kan zich een upgrade veroorloven, en wie blijft achter als “ouderwetse” homo sapiens?

We zijn al cyborgs. De vraag is niet óf de fusie tussen mens en machine verder gaat, maar hoe we haar vormgeven. Wordt het een nachtmerrie van controle en afhankelijkheid? Of wordt het een bevrijding naar nieuwe vermogens? De keuze is nu nog aan ons.

 

Archief



Rubrieken