Eric Leltz  RSS feed    

Justine Rasir

Zondag 30 augustus 2026

Eric Leltz

De Belgische hockeyster Justine Rasir miste de troostfinale op het WK. Niet omdat ze een rode kaart kreeg of een grove overtreding beging op het veld, maar omdat ze in een interview vlak na de verloren halve finale tegen Nederland haar frustratie niet kon inhouden. De Red Panthers zagen een verdiende gelijkmaker in de slotfase afgekeurd wegens een zeer omstreden besluit van de scheidsrechter. Rasir zei onder meer dat haar team “bestolen” was en vroeg zich hardop af “hoeveel de scheidsrechter had aangenomen”. De Internationale Hockeyfederatie (FIH) legde haar één wedstrijd schorsing op. 

Het is een beslissing die de wenkbrauwen doet fronsen. Natuurlijk mag je de integriteit van een arbiter niet in twijfel trekken. Beschuldigingen van omkoping zijn zwaar en ondermijnen het vertrouwen in de sport. De Hockeyfederatie heeft gelijk dat ze grenzen trekt. Maar de context telt. Rasir stond twintig seconden na een emotioneel geladen halve finale voor de microfoon, vijf minuten nadat het gelijkmakende doelpunt op een vragen oproepende manier was afgekeurd. Justine had het interview geweigerd omdat ze wel voelde dat ze nog teveel in de emotie zat maar kreeg geen keuze. Op zo’n moment, vol adrenaline, vol teleurstelling en met het gevoel van onrecht dat door het hele team golfde, is zelfbeheersing wel een hele grote opgave. 

Bestuurders zouden wat meer begrip mogen hebben voor sporters ‘in the heat of the moment’. Topsporters trainen jaren, offeren veel op en leven naar een groot toernooi toe. Wanneer alles in één controversiële beslissing lijkt te verdampen, barst gelukkig de emotie eruit. Dat is heel menselijk. Rasir bood meteen excuses aan voor haar woordkeuze. Later herhaalde ze dat ze spijt had en legde uit dat ze het interview niet professioneel had afgehandeld. Daarmee toont ze reflectievermogen en verantwoordelijkheidsbesef. Een schorsing die haar de kans ontneemt om mee te doen aan een wedstrijd om de bronzen medaille, voelt dan disproportioneel. Een waarschuwing of een gesprek achter gesloten deuren had volstaan.

De boodschap die de hockeyfederatie hiermee uitstuurt is helder: respect voor de arbitrage staat boven alles. Terecht. Maar respect werkt in twee richtingen. Sporters verdienen ook respect. Emoties horen bij de sport. Zonder passie en gedrevenheid zou hockey, of welke topsport dan ook, saai worden. Wie de emotie volledig wil uitschakelen, haalt de ziel uit de sport. Sporters zijn geen robots.

Rasir heeft fouten gemaakt met haar uitspraken. Ze is de eerste om dat zelf te erkennen, maar de straf mist evenwicht. Een federatie die de menselijke maat uit het oog verliest, riskeert dat sporters zich steeds meer inhouden of interviews weigeren. Dat is slecht voor de sport. Bestuurders zouden zich dat van achter hun bureaus mogen realiseren.

Nu de zonsverduistering weer achter de rug is

Zondag 23 augustus 2026

Eric Leltz

De zonsverduistering heeft heel wat teweeggebracht. Op Social media, in nieuwsapps en in WhatsApp-groepen, was het natuurverschijnsel onontkoombaar. Mensen die gisteren nog geen idee hadden van de stand van de maan, posten kaarten, tijdstippen en waarschuwingen. Het is klassieke Fear Of Missing Out (FOMO) vermengd met ‘nagebootste begeerte’ en de onweerstaanbare drang om te laten zien dat je er ook bij hoort. 

De westerse mens, die doorgaans rustig zijn drankje ‘doet’ terwijl de wereld om hem heen draait, raakte in de ban van een hemellichaam. Iedereen moet het zien, iedereen moet erbij zijn en vooral: iedereen moet er iets van vinden, dus posten. Het absurde bereikt een hoogtepunt in een vraag als: “Kan de camera van mijn telefoon ertegen als ik een foto maak van de verduistering?”. Waar de westerse mens zich al druk over maakt! Mensen googelen urenlang, lezen forums, kopen speciale filters of laten de telefoon angstvallig in de zak. We focussen op de camera, want de foto is belangrijker dan de ervaring zelf.

Het is vermakelijk en triest tegelijk. In plaats van even stil te staan bij het moment, maken we er een collectieve stressaanval van. We jagen elkaar op met de run op speciale wegwerpbrilletjes en natuurlijk over wat de perfecte Instagram-hoek is. De natuur geeft spektakel, wij maken er een circus van. We raken verblind en zien daarom niet het mooie in het alledaagse leven en staan er al helemaal niet bij stil dat dit niet zo vanzelfsprekend is.

Demonstreren

Woensdag 19 augustus 2026

Eric Leltz

De Nederlandse autoriteiten hanteren bij demonstraties een opvallend dubbele standaard. Bij de boerenprotesten met trekkers met afgeplakte kentekens op snelwegen, blokkades van distributiecentra, brandende hooibalen en intimidatie van politici en hun familieleden, is het optreden terughoudend. Politie en Openbaar Ministerie kiezen voor gedogen, waarschuwen of opsporen achteraf.

Vergelijk dat met Extinction Rebellion (XR). Bij hun (meestal) geweldloze sit-ins op de A12 of bij bedrijven, volgen massale arrestaties. XR-demonstranten worden hardhandig weggesleept en krijgen snel te maken met waterkanonnen of preventieve aanhoudingen. 

Een verklaring voor dit verschil in aanpak is dat de omstandigheden verschillen: een trekker is gevaarlijker dan een mens op het asfalt en escalatie moet worden voorkomen. Dat klinkt logisch maar de uitwerking is dat niet. Het creëert namelijk een gevoel van rechtsongelijkheid en ondermijnt het vertrouwen in instanties die moeten handhaven. Dit is funest voor de democratie.

Bij democratie horen gelijke regels voor iedereen. Het recht om te demonstreren is een grondrecht maar geen vrijbrief om de wet te overtreden. Als autoriteiten bij overtredingen systematisch soepeler zijn tegenover groepen met zwaar materieel of bredere publieke sympathie, dan ontstaat het beeld dat macht of populariteit zwaarder wegen dan de wet. Als de rechtsstaat niet iedereen gelijk behandeld, voedt dat het wantrouwen en vormt daarmee een rechtstreekse afslag naar polarisatie. Niet de protesten zelf, maar de selectieve manier waarop de overheid hier mee omgaat vormt de bijl aan de wortel van de democratie. 

Verschillen in bouwleges per gemeente zijn een zegen voor de lokale democratie

Zaterdag 15 augustus 2026

Eric Leltz

In Nederland bepalen gemeenten zelf de hoogte van de bouwleges. Vereniging Eigen Huis (VEH) vindt dit onacceptabel. De organisatie pleit al jaren voor meer transparantie en een landelijke rekenmethode of kaders die de verschillen moeten indammen. 

Gemeenten mogen geen winst maken op leges maar welke kosten precies worden meegenomen en hoe die worden toegerekend, is grotendeels aan de lokale democratie overgelaten. VEH wil dat er landelijke richtlijnen komen zodat “willekeur” verdwijnt. 

Dit klinkt sympathiek: wie wil nu willekeur? Toch is dit pleidooi voor landelijke sturing een fundamentele misvatting. De verschillen per gemeente zijn een wezenlijk onderdeel van de lokale democratie en autonomie. Bij gemeenteraadsverkiezingen kunnen inwoners deze verschillen meewegen bij hun stemkeuze.

Lokale omstandigheden kunnen sterk verschillen. Een dichtbevolkte stad met complexe ruimtelijke procedures, veel zienswijzen, erfgoedtoetsen en intensief overleg met bewoners, heeft een andere kostenstructuur dan een landelijke gemeente waar een eenvoudige aanvraag snel kan worden afgehandeld. Personeelskosten, automatiseringsgraad, de complexiteit van het omgevingsplan en de politieke prioriteiten zijn allemaal factoren die per gemeente anders liggen. Sommige gemeenten kiezen er bewust voor om leges relatief hoog te houden om de volledige kosten van de vergunningverlening te dekken en zo andere belastingen of voorzieningen te ontzien. Andere gemeenten houden de leges laag om woningbouw te stimuleren of omdat zij de kosten deels uit de algemene middelen willen financieren. Dat zijn politieke keuzes. En politieke keuzes horen thuis bij de gemeenteraad, die daarover verantwoording aflegt aan de kiezers. Elke vier jaar kiezen inwoners hun lokale volksvertegenwoordigers. Op die momenten kunnen politieke partijen zich over de leges uitspreken en kunnen kiezers dit meenemen in het stemhokje. De verschillen tussen gemeenten zijn dus geen willekeur maar het resultaat van politieke afwegingen die per gemeente anders kunnen uitpakken.

Landelijke uniformering zou deze lokale afwegingsruimte uithollen. Het zou betekenen dat Den Haag of een landelijke systematiek de kostentoerekening dicteert. Dat miskent de diversiteit van Nederland. 

De verschillen in bouwleges per gemeente zijn dus niet iets om te bestrijden maar juist iets om te koesteren. De gemeenteraadsverkiezingen geven inwoners macht om te oordelen over hoe hun gemeente omgaat met deze kosten. Wie die macht wil behouden, moet de lokale bevoegdheid verdedigen. Wie die bevoegdheid inruilt voor landelijke uniformiteit, levert een stukje democratie in. En dat is per definitie een slechte ruil.

Archief



Rubrieken